|
Praatgroep
Wie dieper wil ingaan op - of persoonlijk
meer informatie over "zijn/haar" ziekte van Ménière
wil verwerven kan er met de partner terecht. We proberen te helpen
in de mate van het mogelijke.
De praatgroep vormt geen groepje mensen die aan zelfbeklag doen.
Het is een steunen van elkaar in het leren "bewandelen van
nieuwe paden". De resultaten van het "oude pad"
kent men immers: stagnatie. Elke beweging die men dus in zijn
toestand kan realiseren, is verandering en daarvan kan men toch
hopen dat het andere resultaten zal opleveren.
De informatie van andere patiënten en hun steun kan een hulp
zijn voor anderen.
De praatgroep komt ongeveer achtmaal per jaar samen.
Nieuwe mensen die willen deelnemen nemen vooraf contact op met
Herbert Callewaert.
(zie Contacten
West-Vlaanderen)
Voorwaarde: lid zijn van de Vereniging voor Ménière-Patiënten
vzw.
Data voor 2011:
- ..Zaterdag
28 mei 2011 om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
3 september om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
22 oktober om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
3 december om 14u30 te Gent
Data voor 2012:
- ..Zaterdag
14 januari 2012 om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
10 maart 2012 om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
5 mei 2012 om 14u30 te Gent
- ..Zaterdag
16 juni 2012 om 14u30 te Gent
Enkele reacties van deelnemers aan
de praatgroep.
De praatgroep was mijn licht in de duisternis.
Ten gevolge van een zwaar auto-ongeval, heb ik sinds 20 jaar Ménière.
Ik was toen drie maand zwanger, en dacht dat de nare gevolgen
zoals misselijkheid, draaiingen en oorsuizingen te wijten waren
aan mijn zwangerschap en de zware hersenschudding die ik opgelopen
had tijdens het ongeval. Na de bevalling die niet moeiteloos verlopen
is, was ik constant zeeziek en misselijk. Volgens de gynecoloog
was dit normaal na een bevalling van 12 uur en een baby van 5kg.
Ik hervatte dus mijn werk als verpleegkundige, maar na een paar
weken begonnen de echte problemen. Dingen vielen gewoon uit mijn
handen , en als ik lang moest stilstaan begon alles te tollen
als een tol. Ik had geen controle meer over mezelf, alles overkwam
mij gewoon, ik was mezelf niet meer .
Op aanraden van de oogarts bij wie ik toen werkte liet ik een
ORL-onderzoek doen.Geen twijfel mogelijk zei de dokter, aan de
hand van de uitslagen was de diagnose: Syndroom van Ménière.
De nevenwerkingen van het onderzoek waren zodanig hevig dat ik
een dag moest opgenomen worden. Ik kreeg de klassieke medicatie
voorgeschreven en die heb ongeveer 10 jaar ingenomen. De last
werd iets minder met de jaren, ik had alles aanvaard, een tweede
zwangerschap werd uitgesloten na tientallen onderzoeken in Gasthuisberg.
Ik had met mijn Ménière leren leven zoals ze mij
dat altijd en overal als goede en enige raad konden meegeven.
Maar vóór twee jaar veranderde plots gans mijn leven.
Midden in de nacht werd ik wakker , alles draaide, alles bewoog,
ik was kotsmisselijk en mijn oren suisden als motoren. "
Een hersenbloeding " riep ik luid. De huisarts was in een
minimum van tijd ter plaatse en zorgde dadelijk voor een opname
in het ziekenhuis. De aanval duurde een tweetal uren en de ORL.
van wacht dacht onmiddellijk aan een aanval van Ménière.
Mijn standpunt was duidelijk : dit kon niet, ik had reeds 20 jaar
Ménière, maar dit had ik nog nooit ervaren.
Toen volgde een resem van onderzoeken : de klassieke onderzoeken
bij de ORL, RX, CT, neurologisch, internistisch, NMR en isotopen.
Tot slot stuurde de ORL-arts mij bij de professor waar ze gestudeerd
had . Hij bekeek mij vanuit de deuropening met de testen in de
hand en zei "Verminder a.u.b. de medicatie : u lijkt wel
een zombie ! Ik schrijf u vitaminen voor omdat u zo tenger bent"
Dat was nu het resultaat van een ganse dag onderzoeken in een
UZ. Ik gaf het op : voor mij geen onderzoeken meer, geen vernederingen
, niemand kon mij nog helpen.
De aanvallen werden iets minder frequent, maar het gevoel van
zweven boven de grond en de misselijkheid bleven tussen de aanvallen
door constant aanwezig. Dit was voor mijn arts onverklaarbaar
omdat volgens haar een Ménière-patiënt tussen
de aanvallen door klachtenvrij is. Ik was dus abnormaal ; ik had
iets wat anderen niet hadden ; ik voelde mij als 40-jarige afgeschreven
voor de maatschappij.
Mijn werk als fulltime verpleegkundige kon ik niet meer aan .
Na een jaar ziekteverlof, ging ik terug halftime werken.
Nu weet ik wat iedereen zich afvraagt : je zit toch in de branche
; je moet er toch meer kunnen over praten ? Maar niets is minder
waar, zelfs de artsen weten er weinig of niets van : Ménière
! Dat heeft iets te maken met draaiingen en oorsuizingen, maar
ze betwijfelen of je er zoveel last kunt van hebben dat een normaal
maatschappelijk leven onmogelijk is? Daar sta je dan, met je rug
tegen de muur en je denkt dit overkomt mij geen tweede keer ;
ik zwijg erover.
Mijn behandelende geneesheer was er één uit de duizend
; ze verstond me ; ze maakte altijd tijd voor mij en vond het
zelfs gênant dat ze voor mij zo weinig kon doen dat voelbare
en zichtbare resultaten gaf. Ze stelde me zelf voor om een homeopaat
(die ook arts is) te raadplegen. Ik moet toegeven , hij heeft
mij op korte tijd veel vooruit geholpen. Hij leerde mij terug
een beetje normaal functioneren, zonder zware medicatie waar ik
zelfs overdag totaal versuft van was. Maar mij echt overtuigen
van het feit dat ik niet alleen was met mijn probleem, kon hij
niet.Op een dag kwam mijn man thuis met een boekje van de vereniging
voor Ménière-patienten, gekregen van een collega.
Ik las het in één ruk uit en herkende veel van de
symptomen die erin beschreven werden. Zo kwam ik ook in de praatgroep
terecht.
De eerste keer ging ik alleen ; mijn man zag het echt niet zitten,
hij had al genoeg over Ménière gehoord. Omdat ik
in de voormiddag had moeten werken , kwam ik iets te laat toe
en toen ik de deur openstak en iedereen mij aankeek zonk de moed
mij in de schoenen.
MAAR ! Ik werd er professioneel, en vooral met warmte en genegenheid
ontvangen. Ik voelde mij vlug een deel van de groep. Elk mocht
zich voorstellen en een probleem(pje) naar voor brengen. Mijn
grootste vraag was die tussen twee aanval-perioden.
Groot was mijn verbazing toen één van mijn vrienden
(want zo kan ik ze nu wel noemen) onmiddellijk beaamde dat hij
juist dezelfde last had: " Je staat op met Ménière,
en je gaat ermee slapen " zei hij.
Ik kon hem wel omhelzen : eindelijk na twee jaar van onzekerheid,
ellende en onbegrip hoorde ik hier zeggen dat ik dus niet abnormaal,
niet psychopatisch en geen alleenstaandgeval was. Eindelijk mensen
die me verstonden, die met me meeleefden en die dezelfde lasten
hadden.
Meer moest ik niet horen, ; ik was gerustgesteld ; er viel een
groot deel frustratie van me af. Ik ben naar buiten gegaan als
een herboren mens, ik had mijn zelfvertrouwen terug waar ik sinds
twee jaar lang naar op zoek was.
De Praatgroep hielp mij uit een zwart gat : het was mijn licht
in de duisternis.
Sindsdien gaat mijn echtgenoot iedere keer mee met dezelfde ingesteldheid
als ikzelf.
Ik kan het iedereen aanraden, sluit je aan bij de vereniging,
en als je kan ga naar de praatgroep.
Daar heeft iedereen respect en begrip voor elkaar ; daar is iedereen
elkaars bondgenoot. Alles wordt er in goede banen geleid door
een psychotherapeut met ervaring en een warm hart. Mijn Ménière
is er niet door verdwenen, de aanvallen en oorsuizingen niet verminderd
maar... in moeilijke tijden weet ik dat ik niet alleen ben, dat
mijn vrienden mij altijd steunen en bijstaan.
Chris
De Groeigroep.
Deze is ontstaan omdat na een rondvraag bleek dat er nood was
om in een kleinere groep over "zijn ziekte" te praten.
Vooral mijn partner vond dit een uitstekend idee omdat zij meer
inzicht wou en met veel vragen zat, zoals: gebeurt dit alleen
bij ons of zijn er nog anderen die met hetzelfde probleem kampen.
En aanvallen die zich voordoen op een moment dat men ze niet verwacht,
dat stuitte bij ons soms op onbegrip met alle gevolgen vandien.
Door dit onbegrip kunnen er spanningen ontstaan die dan op zich
weer leiden tot stress, een toestand die niet ideaal is voor de
patiënt zelf.
In de groei- of praatgroep heerst er een warm gevoel voor elkaar.
Onze angsten en problemen kunnen er besproken worden als men er
vertelt over het zwijmelen, het alleen zijn, de slechthorendheid
en over het onbegrip van de niet Ménière-patiënt.
Er is steeds die aandacht en het begrip van de anderen die je
laten voelen dat je wel degelijk iets te vertellen hebt.
Ik heb geleerd mijn problemen bespreekbaar te maken met de mensen
uit mijn omgeving, want mij afzonderen als er door elkaar gesproken
wordt (denk maar aan familiefeestjes of op retaurant gaan) is
de oplossing niet.
Ik weet dat ik niettegenstaande mijn Ménière nog
een goed leven kan hebben als ik maar niet toelaat dat Ménière
mijn leven gaat beheersen. Als ik positief denk dan verdwijnt
er veel zelfbeklag, frustratie waardoor er minder plaats is voor
stress.
Toen ik op vervroegd pensioen werd gezet wegens mijn "handicap"
zat ik vol wrok tegenover mijn chef. Door er over te praten in
de groeigroep heb ik meer begrip gekregen voor diegenen die de
ziekte niet hebben! Zij kunnen moeilijk begrijpen wat er allemaal
met ons gebeurt en hebben het er zeker niet gemakkelijk mee.
Omdat ik links niet meer hoor en rechts alleen met een hoorapparaat,
is het voor mij moeilijk om aan gesprekken met meerdere personen
deel te nemen; dan voel ik mij ongelukkig en boos. In de groeigroep
heb ik geleerd om dit te relativeren.
Als ik de partner hoor over de moeilijkheden die zij ondervinden
met hun Ménière- patiënt, dan kan ik alleen
maar dankbaar zijn voor hun geduld en hun begrip; begrip dat dank
zij de groeigroep zeker nog verbeterd is.
Aan allen wens ik kalmte en moed om te aanvaarden wat wij niet
kunnen veranderen.
Ik dank allen die het mogelijk maken dat deze bijeenkomsten kunnen
plaats vinden.
Hugo.
(Belangstellenden voor de praatgroep kunnen meer info krijgen
op het secretariaat)
|